Het loopbaanbudget is bestemd voor individuele duurzame inzetbaarheid van de medewerker en is per 1 juli 2015 in de cao Sociaal Werk geïntroduceerd.

Indien het saldo, dat wil zeggen de som van het opgebouwde loopbaanbedrag, op enig moment hoger is dan het loopbaanbedrag dat de werknemer in de afgelopen aaneengesloten periode van 36 maanden heeft opgebouwd, vervalt het meerdere. Indien de werknemer het maximale saldo van het loopbaanbedrag heeft bereikt, vervalt daarom tegelijk met het opbouwen van een nieuw maandelijks deel van het loopbaanbedrag, het deel dat de werknemer 36 maanden eerder heeft opgebouwd.

Voorbeeld

In dit voorbeeld wordt uitgegaan van de in juni 2016 geldende opbouwpercentages. Om het voorbeeld eenvoudig te houden, worden eventuele periodieke verhogingen van het salaris niet meegenomen.

Werknemer heeft een salaris van € 2.000 bruto per maand. Op 1 juli 2015 begint hij met de opbouw van het loopbaanbedrag, op dat moment 1% van het maandsalaris vast en 0,5% variabel. Tot het einde van de looptijd van de toen geldende cao 2014-2016, dus tot 1 april 2016 bouwde de werknemer maandelijks € 30 aan loopbaanbedrag op. Vanaf 1 april 2016 bouwt de werknemer maandelijks 1% van het salaris op, dus € 20. Het opbouwpercentage is vanaf 1 juni 2016 gesteld op 1,5%.

De werknemer komt pas tijdens het periodieke gesprek over duurzame inzetbaarheid van december 2018 met een voorstel voor aanwending; werkgever en werknemer maken concrete afspraken conform het voorstel van de werknemer.

Opgebouwd loopbaanbedrag

Van 1 juli 2015 tot 1 april 2016 heeft de werknemer aan loopbaanbedrag opgebouwd:

9 x € 30,- = € 270,-. In de maanden april en mei 2016 is dit 1% dus 2 keer 20 euro, totaal: 40 euro. Van 1 juni 2016 tot 1 december 2018 bouwt hij op:

32 x € 30,- = € 960,-.

Vervallen en nog aan te wenden loopbaanbedrag

Indien de werknemer op 1 augustus 2018 nog niets van het loopbaanbedrag heeft gebruikt en daardoor het totale opbouw langer dan 36 maanden heeft geduurd, vervalt de opbouw over juli 2015. Om dezelfde reden vervalt per 1 september 2018 de opbouw over augustus 2015, et cetera. Het deel dat de werknemer had opgebouwd van 1 juli 2015 tot 1 december 2015, in totaal € 150,- is op dat moment vervallen. Als de werknemer in de tussentijd, bijvoorbeeld in oktober 2017, een met de werkgever afgesproken opfriscursus van € 125,- had gevolgd, was per 1 oktober 2015 een bedrag van nog maar € 25,- vervallen, omdat dan het eerst opgebouwde deel is gebruikt.

Het deel van het loopbaanbedrag dat vervalt kom toe aan de werkgever (WGI). Wij betalen dit vervolgens weer terug aan de opdrachtgever.

Mede gezien het voorgaande raden wij u aan om tenminste jaarlijks met uw medewerkers in gesprek te gaan inzake het loopbaanbudget en de medewerker te stimuleren om tijdig gebruik te maken van het loopbaanbudget.

Voor meer informatie over het loopbaanbudget, klik hier.