Werkgevers misbruiken stages soms om regulier werk te laten uitvoeren zonder daarvoor een normaal loon te betalen. Daarom is er een onderzoek bezig naar stagemisbruik bij afgestudeerden. Dit heeft voormalig minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aangegeven in reactie op Kamervragen hierover.

In tegenstelling tot werknemers hebben stagiairs geen wettelijk recht op een (minimale) vergoeding (tool) voor hun werkzaamheden. De Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) is niet op stagiairs van toepassing, al is in de cao soms wel iets afgesproken over een minimale stagevergoeding. Een goed onderscheid tussen een stagiair en een werknemer is dan ook erg belangrijk. In zijn antwoord op Kamervragen licht minister Asscher toe dat een stage hoofdzakelijk gericht moet zijn op leren, terwijl de werkzaamheden van werknemers gericht zijn op het maken van omzet of het behalen van doelen.

Vooral stagemisbruik bij afgestudeerden

Bij stages die tijdens de opleiding worden gevolgd, is het leeraspect meestal wel in orde. Daar regelt de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) kwalitatief goede mbo-stageplekken en ziet ook de onderwijsinspectie toe op de kwaliteit van stages. Maar ook voor stagiairs die al zijn afgestudeerd, is het niet de bedoeling dat ze voornamelijk productief werk doen. In de praktijk blijken werkgevers dit wel van hen te vragen. Vanwege die signalen van stagemisbruik onder afgestudeerden heeft het ministerie van SZW in 2016 een plan opgesteld om dit aan te pakken. Daarnaast wordt er momenteel gewerkt aan een sectoranalyse die in beeld moet brengen in welke sectoren stagemisbruik het meest voorkomt.